• Alles
  • Arbeidsmarkt
  • Arbeidsrecht
  • Arbo
  • Coaching
  • Detacheren
  • Flexwerk
  • Inzetbaarheid
  • Mobiliteit
  • Opleiden & leren
  • Re-integratie
  • Recruitment
  • Talent management
  • Werving & Selectie
  • Wetgeving

De nieuwe flexwet nu al aan herziening toe!

door Pieter Molijn
De nieuwe Wet Werk en Zekerheid,die begin dit jaar van kracht werd, moet de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt versterken. Helaas wijst alles op een minder prettig scenario: Nederland wordt duurder en dommer en de arbeidsmarkt wordt stroever. Er moet meer worden geïnvesteerd in de kwaliteit van het flexwerk.

In Den Haag verwachten beleidsmakers dat de vernieuwde Flexwet zal bijdragen aan een evenwichtiger arbeidsmarkt. Een sterkere uitgangspositie van flexwerkers en een lagere drempel om vaste aanstellingen te bieden. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is vol goede moed over het effect van de maatregelen. ‘Deze wet zorgt ervoor dat werknemers een betere positie krijgen en weerbaar worden gemaakt in een snel veranderende arbeidsmarkt’, aldus de minister.

Het lachen zal hem volgend jaar snel vergaan, want de nieuwe flexwet heeft alles in zich om de arbeidsmarkt niet beter maar juist zwakker te maken. De personeelskosten, de werkloosheid en ook het flexwerk zelf zullen erdoor stijgen.

Minder concurrentiekracht

Het ergste gevolg is dat de kwaliteit van de beroepsbevolking erop achteruit zal gaan. Steeds minder werkenden kunnen voldoen aan de eisen van werkgevers. Nederland wordt minder een kennisland, waardoor we inboeten aan concurrentiekracht.

Terwijl de Wet Werk en Zekerheid juist is bedoeld om flexwerkers een betere positie op de arbeidsmarkt te bieden. Het ontslaan van vaste medewerkers wordt weliswaar eenvoudiger en goedkoper, maar daar staat tegenover dat flexwerkers meer kans maken op vaste arbeidscontracten. Het concurrentiebeding en de proeftijd van flexwerkers worden aan banden gelegd en werkgevers moeten een maand van tevoren aangeven of ze het contract van een tijdelijke medewerker verlengen. Zo zullen er meer vaste banen ontstaan, is de aanname, en krijgen flexwerkers een betere positie.

Groei van flexwerk

De verwachte groei van het aantal vaste banen zal niet uitkomen. Arbeidsmarktspecialisten voorspellen dat de groei van flexwerk onverminderd doorgaat. Het aandeel van flexibele arbeid is nu 31 procent, zes procent meer dan in 2012. In 2007 waren nog acht van de tien banen vast. Afgelopen zomer voorspelde HR-directeur Ellen Kuppens van DSM dat het aandeel van de flexibele arbeid bij DSM de komende jaren zelfs doorgroeit naar 40 procent.

Wat wel gebeurt is dat bedrijven in toenemende mate uit Nederland zullen verdwijnen doordat flexwerk duurder en stroever gaat worden. Loonkosten zijn volgens recent onderzoek van CBS de belangrijkste reden voor bedrijven om uit Nederland te vertrekken. Bedrijfsvlucht kostte tussen 2009 en 2011 al 18.000 banen.

Oplopende werkloosheid

Een ander onprettig gevolg van de Wet Werk en Zekerheid is oplopende werkloosheid. Uitkeringsinstantie UWV verwacht volgend jaar ongeveer 15 procent meer ontslagaanvragen voor vaste medewerkers, een gevolg van de versoepeling van het ontslagrecht in de nieuwe flexwet. De eerste tekenen zijn er al. Stabiliseerde de werkloosheid zich eind vorig jaar, begin dit jaar steeg die onverwacht weer. Sommige berekeningen laten zien dat het aantal werklozen stijgt met zevenhonderd per dag.

Dit is slecht nieuws voor de beroepsbevolking, die voor een steeds groter deel bestaat uit flexwerkers. De beloning voor flexwerk is gemiddeld lager dan die voor vast werk. Flexwerkers genieten doorgaans ook minder scholing. De nieuwe wet brengt hier geen verandering in. Meer flexwerkers betekent dan ook minder investering in de kwalificaties van de beroepsbevolking.

Daardoor raakt Nederland als kennisland achterop en daarmee gaat ook de concurrentiekracht van ons land eraan. Twee jaar geleden al constateerde de Tilburgse econoom Sylvester Eijffinger dat de kennisontwikkeling in Nederland tot stilstand was gekomen.

Scholingsfondsen

En juist hier had hervorming van de flexwet het verschil kunnen én moeten maken. Flexwerk moet als volwaardige vorm van arbeid worden gezien, en niet als tweederangs. Investeren in duurzame inzetbaarheid van flexwerkers is noodzakelijk. Daar is ook geld voor, met name in de scholingsfondsen van brancheorganisaties. Er zijn ongeveer honderd van zulke scholingsfondsen die jaarlijks een miljard euro uitgeven aan opleidingen. Wat het effect hiervan is weet momenteel niemand. Evenmin is er zicht op de reserves van deze fondsen. Vijf jaar geleden had de helft van de scholingsfondsen een totale reserve van ruim een half miljard euro.

Dat is te weinig voor een structurele kwaliteitsimpuls in de flexibele schil, maar er ligt wel een scholingsinfrastructuur waarop de overheid kan voortborduren. Daar is het nog niet te laat voor. Dan moet de overheid wel de juiste prioriteiten stellen. De grootste uitdaging is om flexwerk kennisintensief te maken en te houden. Blijft dit achterwege, dan is het oppoetsen van arbeidsomstandigheden van flexwerkers een lege huls.

Pieter Molijn Oprichter Molijn Proofessionals voor Duurzaam Detacheren